Ondertoezichtstelling: en nu?

Bij een ondertoezichtstelling worden jij en je gezin begeleid vanuit Intervence. Jullie krijgen één vaste contactpersoon: een gezinsmanager. De gezinsmanager praat met het hele gezin. Samen bespreken we vooral wat er goed gaat, wat de zorgen zijn en wat er nodig is om de situatie blijvend te verbeteren. Tot slot wordt met het hele gezin één plan  gemaakt: de gezinsrapportage. Hierin staan ook doelen beschreven voor de hulpverlening. De gezinsmanager regelt dat het gezin de juiste hulp krijgt. Deze hulp wordt uitgevoerd door een andere organisatie dan Intervence. De gezinsmanager ziet er vervolgens op toe dat dit goed gebeurt.

Tussenfase: voorlopige ondertoezichtstelling (3 maanden)

Als het niet is gelukt met behulp van het wijk- of gebiedsteam om de situatie thuis voldoende te verbeteren, overleggen ouders, hulpverleners en een gezinsmanager van Intervence met elkaar om te kijken of er een raadsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming nodig is. Als besloten wordt dat een raadsonderzoek nodig is, dan wordt een gezinsmanager aan jullie gezin toegewezen. Tijdens het raadsonderzoek onderzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de ernst en aard van de (opvoed- en opgroei)situatie en brengt verslag uit aan de kinderrechter. Op grond van dit onderzoek besluit de rechter of de voorlopige ondertoezichtstelling (3 maanden) wordt omgezet in een reguliere ondertoezichtstelling (1 jaar) of niet. In deze periode werkt Intervence samen met de Raad voor de Kinderbescherming. De gezinsmanager van Intervence start in deze periode al met de begeleiding om de situatie snel te (laten) verbeteren.

Uithuisplaatsing bij een OTS

Dat lukt niet altijd. Het liefst willen we dat jij en je ouders bij elkaar blijven wonen, maar als de zorgen groot zijn is het soms beter dat je (tijdelijk) ergens anders woont. Bijvoorbeeld bij familie, bekenden of een pleeggezin. De gezinsmanager vraagt in zo’n situatie toestemming aan de Kinderrechter voor een uithuisplaatsing. Als de Kinderrechter hiertoe besluit, dan kun je je ouders wel blijven zien, als het tenminste ook goed is voor jou. Hierover maakt de gezinsmanager met jou en je gezin afspraken.