De gezinsmanager is er voor jou!

We willen dat het goed met je gaat en dat jij jezelf veilig voelt. De gezinsmanager vraagt hoe het thuis gaat, op school en wat je in je vrije tijd doet. Jouw antwoorden bepalen onder andere hoe de gezinsmanager te werk gaat. Hij/zij wil de situatie voor jou thuis, of in een pleeggezin of tehuis, verbeteren. De gezinsmanager schrijft daar een rapport voor, met behulp van je (pleeg)ouders en/of verzorgers. Jouw mening is daarbij heel belangrijk! Maar ook je medewerking. De gezinsmanager verwacht dat je meewerkt aan het plan.

Heb je te maken met jeugdreclassering?

Ook dan is jouw mening belangrijk. Maar om ervoor te zorgen dat je niet weer spijbelt of niet nog een keer een strafbaar feit pleegt, treedt de gezinsmanager streng op. Dat doen we omdat we het beste willen voor jou. Samen met jou en je ouders maakt de gezinsmanager een plan met afspraken. Die afspraken gaan over school, werk, vrije tijd en vrienden. Je moet je aan deze afspraken houden en de gezinsmanager houdt dat in de gaten.

Jouw rechten

  • Je hebt het recht om van je gezinsmanager uitleg te krijgen over wat hij/zij voor je kan doen.
  • Je hebt het recht om van je gezinsmanager te horen wat je rechten en plichten zijn.
  • Je hebt het recht om betrokken te worden bij het maken en uitvoeren van het plan van aanpak ter verbetering van je (opvoed- en opgroei)situatie.
  • Ben je ouder dan 12 jaar, dan heb je het recht om je dossier in te zien.
  • Als je onder toezicht staat dan kan je gezinsmanager beslissen om een schriftelijke aanwijzing te geven. Een schriftelijke aanwijzing betekent dat je het advies van de gezinsmanager moet opvolgen. Ben je ouder dan 12 jaar en ben je het niet eens met het advies? Dan heb je het recht om zelf bezwaar te maken bij de kinderrechter.
  • Ben je ontevreden over de begeleiding van je gezinsmanager? Je hebt het recht om een klacht in te dienen.

Jeugdreclassering

Als een jongere van 12  tot en met 23 een strafbaar feit pleegt, voert een gezinsmanager in het kader van jeugdreclassering 6 tot 24 maanden begeleiding en controle uit. Voorbeelden van strafbare feiten zijn vernieling, regelmatig schoolverzuim of mishandeling. Het belangrijkste doel van jeugdreclassering is herhaling of terugval (recidive) te voorkomen en het bieden van een beter toekomstperspectief aan jongeren. De gezinsmanager van Intervence reguleert de achterliggende opvattingen die leiden tot delictgedrag van de jongere. Achter delictgedrag schuilt soms meer (gezins)problematiek dan de opvattingen en het gedrag van de jongere zelf.

Jeugdreclassering, en nu?

De begeleiding in het kader van jeugdreclassering helpt jongeren om ervoor te zorgen dat hij/zij niet meer de fout in gaat. De jongere krijgt hiervoor een vaste contactpersoon vanuit Intervence: een gezinsmanager. Als een gezin al door Intervence begeleid werd vóór de uitspraak tot jeugdreclassering werd gedaan, dan voert (meestal) de huidige gezinsmanager de maatregel uit. Intervence wil namelijk het liefst niet dat een gezin steeds moeten wisselen van contactpersoon. Als een jongere/gezin nieuw is bij Intervence dan krijgen zij op korte termijn een gezinsmanager toegewezen.

Plan van aanpak

Samen met de jongere en ouders maakt de gezinsmanager een gezinsrapportage met daarin een  plan van aanpak. Daarin staat hoe de situatie nu is en wat er moet veranderen. Daarna maken de jongere en de gezinsmanager afspraken over bijvoorbeeld school, vrije tijd, vrienden, huisregels en bijbaantjes. Daarnaast kan de gezinsmanager de jongere aanwijzingen geven. Hij/zij is verplicht die na te komen. Gebeurt dat niet, dan wordt dat gemeld bij justitie en heeft dat gevolgen. De jongere moet dan opnieuw voor de rechtbank verschijnen. Voorbeelden van aanwijzingen zijn:

  • Geen alcohol of drugs gebruiken.
  • Hulp accepteren die je krijgt van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

Periode van begeleiding

Hoe lang de begeleiding duurt, hangt af van het soort maatregel. Het kan gaan om (minimaal) 6 maanden, 1 jaar of maximaal 2 jaar en kan één keer (vrijwillig) worden verlengd met 6 maanden.

Maatregel Toezicht en Begeleiding

Dit is de meest voorkomende maatregel. Deze maatregel wordt opgelegd door de Kinderrechter of de Officier van Justitie en is verbonden aan een voorwaardelijke straf. De jongere is daarom verplicht de begeleiding te accepteren. Het heeft gevolgen wanneer hij/zij dat niet doet. Met de begeleiding pakt de gezinsmanager samen met de jongere en ouders de problemen in het dagelijks leven aan, zoals bijvoorbeeld problemen thuis, op school of in zijn/haar vrije tijd. Zo praat de jongere met de gezinsmanager over waarom je met politie en/of justitie in aanraking bent gekomen. Samen wordt besproken hoe dit in de toekomst te voorkomen.

Als de jongere nog moet voorkomen bij de Kinderrechter, kan de Raad voor de Kinderbescherming het aanbod doen om de jongere vrijwillig te laten begeleiden tot aan de zitting. Dit heet Toezicht & Begeleiding, het is een vorm van vrijwillige begeleiding. Het gebeurt regelmatig (tot aan de zitting) dat deze vorm van begeleiding later wordt omgezet in de Maatregel Toezicht en Begeleiding (na uitspraak van de kinderrechter).

Gezinsrapportage

Tijdens de begeleiding en tot aan het eind schrijft de gezinsmanager een gezinsrapportage. Daarin staat bijvoorbeeld hoe het met de jongere gaat, of hij/zij zich aan de afspraken houdt en of wel of niet opnieuw met politie en/of justitie in aanraking is gekomen.

Ondertoezichtstelling

Ondertoezichtstelling, wat nu?

Bij een ondertoezichtstelling wordt een gezin begeleid vanuit Intervence. Het gezin krijgt één vaste contactpersoon: een gezinsmanager. De gezinsmanager praat met het hele gezin. Samen bespreken we vooral wat er goed gaat, wat de zorgen zijn en wat er nodig is om de situatie blijvend te verbeteren. Tot slot wordt met het hele gezin één plan  gemaakt: de gezinsrapportage. Hierin staan ook doelen beschreven voor de hulpverlening. De gezinsmanager regelt dat het gezin de juiste hulp krijgt. Deze hulp wordt uitgevoerd door een andere organisatie dan Intervence. De gezinsmanager ziet er vervolgens op toe dat dit goed gebeurt.

Tussenfase: voorlopige ondertoezichtstelling (3 maanden)

Als het niet is gelukt met behulp van het wijk- of gebiedsteam om de situatie thuis voldoende te verbeteren, overleggen ouders, hulpverleners en een gezinsmanager van Intervence met elkaar om te kijken of er een raadsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming nodig is. Als besloten wordt dat een raadsonderzoek nodig is, dan wordt een gezinsmanager aan jullie gezin toegewezen. Tijdens het raadsonderzoek onderzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de ernst en aard van de (opvoed- en opgroei)situatie en brengt verslag uit aan de kinderrechter. Op grond van dit onderzoek besluit de rechter of de voorlopige ondertoezichtstelling (3 maanden) wordt omgezet in een reguliere ondertoezichtstelling (1 jaar) of niet. In deze periode werkt Intervence samen met de Raad voor de Kinderbescherming. De gezinsmanager van Intervence start in deze periode al met de begeleiding om de situatie snel te (laten) verbeteren.

Hoe lang duurt een ondertoezichtstelling?

De ondertoezichtstelling wordt meestal voor één jaar uitgesproken door de Kinderrechter. Is de situatie verbeterd en veilig genoeg, dan stuurt de gezinsmanager de gezinsrapportage met daarin het voornemen om de ondertoezichtstelling niet te verlengen naar de Raad voor de Kinderbescherming. Als de Raad voor de Kinderbescherming het hiermee eens is, stopt de ondertoezichtstelling.

Wat is een schriftelijke aanwijzing?

De gezinsmanager gaat zoveel mogelijk met het gezin in gesprek. Waar mogelijk worden belangrijke beslissingen samen genomen. Soms zijn er toch grote meningsverschillen. Een gezinsmanager kan dan jou of je ouders een opdracht geven iets te doen (bijvoorbeeld naar school gaan) of te juist niet te doen. Dat noemen we een schriftelijke aanwijzing. Je ouders kunnen tegen zo’n opdracht in beroep gaan bij de kinderrechter.

Rechten en plichten ouders/verzorgers

Tijdens de ondertoezichtstelling blijven ouders het gezag, verantwoordelijkheid en de zorgplicht ten opzichte van de kinderen houden. Ook als kinderen ergens anders wonen. De gezinsmanager houdt ondertussen in de gaten of de kinderen de zorg krijgen die zij nodig hebben. Belangrijke beslissingen over de kinderen nemen de ouders en de gezinsmanager zoveel mogelijk samen. De gezinsmanager van Intervence werkt nooit alleen. Belangrijke beslissingen worden samen door de gezinsmanager, teammanager en een gedragsdeskundige genomen.

Voogdij

Voogdij, wat betekent dit?

Als een kind jonger is dan 18 jaar, moet hij/zij iemand hebben die verantwoordelijk voor hem/haar is. Meestal zijn dit de ouders. Zij zorgen voor hun kind en voeden hem/haar op. Soms lukt dit niet goed en beslist de Kinderrechter dat iemand anders het van hen overneemt. Dat kan dan een gezinsmanager van Intervence zijn.

Er is een gezinsmanager voor het gezin, hoe nu verder?

De gezinsmanager komt regelmatig bij het kind op bezoek om met je te praten over dingen die voor hem/haar belangrijk zijn. De gezinsmanager zorgt ervoor dat hij/zij goed verzorgd en opgevoed wordt en dat alles goed geregeld is. Zo regelt de gezinsmanager dingen voor en met het kind, zoals inschrijven voor een school of opleiding, een ID-kaart, een ziektekostenverzekering, het openen van een bankrekening, enzovoort.

Plan voor de toekomst

Als het kind 12 jaar of ouder is, stelt de gezinsmanager samen met hem/haar, de ouders en/of verzorgers een plan voor de toekomst op. In dit plan komt precies te staan wat nodig is om het kind een goede opvoeding en verzorging te geven. Natuurlijk mag het kind zelf meepraten over dat plan en krijgt hij/zij een kopie als het klaar is. Ieder jaar bespreken we het plan en kijken of de doelen bereikt zijn. Vervolgens maken we weer gezamenlijk een nieuw plan.

Hoe lang heb je een gezinsmanager?

Als een kind 18 jaar wordt is het voor de wet volwassen en stopt de voogdij. Dit betekent dat het kind zelfstandig beslissingen mag nemen. Hij/zij heeft dan geen toestemming of handtekening van de gezinsmanager meer nodig.

Wanneer een kind jonger is dan 18 jaar dan kijkt de gezinsmanager samen met hem/haar wie uiteindelijk de voogdij weer kan overnemen van Intervence. Het is daarbij belangrijk dat dit voor het kind een vertrouwd persoon is. Dit kunnen bijvoorbeeld pleegouders zijn of een oma of tante. Als we deze persoon hebben gevonden, dan vragen wij de Kinderrechter om hierover een beslissing te nemen. Hij of zij wordt dan de voogd van het kind.