Intervence en coronavirus

De maatregelen die de overheid bekend heeft gemaakt, als gevolg van het coronavirus, hebben een groot effect op onze organisatie. We begrijpen dat dit vragen oproept bij de gezinnen waar onze gezinsmanagers werkzaam zijn. In ons nieuwsbericht lichten we toe wat de maatregelen rondom het coronavirus betekenen voor onze hulpverlening.

Resultaten scenario-onderzoek Intervence

Begin 2020 is besloten om drie scenario’s te onderzoeken naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Zodat op basis van de juiste feiten een beslissing genomen kan worden door de 13 Zeeuwse gemeenten. Op basis van de resultaten van de onderzoeken naar de scenario’s heeft de Bestuurscommissie Jeugd (alle wethouders Jeugd van 13 Zeeuwse gemeenten) unaniem besloten om het contract met Intervence niet te verlengen per 1 januari 2021.  Intervence begeleidt en ondersteunt kinderen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming of jeugdreclassering. Dat doet zij in opdracht van de 13 Zeeuwse gemeenten.

 

Dit betekent dat gemeenten willen dat de werkzaamheden van Intervence in 2021 worden verricht door de andere drie gecontracteerde landelijke GI’s: Leger des Heils, Briedis en de WSG. Zij zijn nu ook al actief in Zeeland. Het belang van onze Zeeuwse jongeren en gezinnen staat bovenaan. Gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de instandhouding van een GI-functie in Zeeland, niet voor de instandhouding van een GI-organisatie.

Resultaten scenario-onderzoek


Gemeenten concluderen uit het scenario-onderzoek dat Intervence de zorg niet binnen de gestelde financiële kaders kan organiseren (scenario 1) en er ook geen overnamepartner voor Intervence is gevonden (scenario 2). Uiteindelijk komen zij dan uit op scenario 3. De werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden afgebouwd, waarna de organisatie stopt. De taken worden overgedragen aan de drie eerder genoemde GI’s. Helaas bleek uit het onderzoek dat scenario 3 de enige aanvaardbare optie is vanuit de gemeenten. Intervence heeft de voorkeur voor scenario 1 of 2 en niet voor scenario 3.Ook de gemeenten hadden liever gezien dat scenario 1 of 2  financieel haalbaar was. In de onderzoeken zijn zowel kwaliteit van zorg als de financiële situatie van Intervence aan de orde geweest. Vanuit het KMI heeft Intervence het keurmerk voor de GI-certificering  ontvangen. Dit laat zien dat de kwaliteit van de organisatie in orde is en Intervence de GI-functie mag uitvoeren. De financiën waren echter een groot aandachtspunt.

Continuïteit van zorg en werkgelegenheid

Het uitgangspunt van gemeenten is dat gezinsmanagers indien mogelijk vast contactpersoon blijven voor hun cliënten. Voor de medewerkers van Intervence betekent dit dat zij, samen met de gezinnen waar zij de maatregel mee uitvoeren de kans krijgen om dit vanuit Leger des Heils, Briedis of de WSG te doen. Zo zorgen we er gezamenlijk voor dat de continuïteit van zorg en continuïteit van werkgelegenheid voor de uitvoerende medewerkers geborgd blijft. Voor de ondersteunende diensten geldt dit waarschijnlijk niet. Intervence blijft dus de maatregelen uitvoeren tot en met de overdracht naar andere gecontracteerde aanbieders. Uiteraard is afgesproken dat Intervence het recht heeft op betaling voor de verleende zorg. Er komt een projectorganisatie waar Intervence nadrukkelijk een rol in krijgt. Dit is onder begeleiding van onafhankelijke procesbegeleider.