Mitchell (21) kwam op zijn twaalfde voor het eerste in aanraking met justitie. Hij was een ‘jongen van de straat’ en deed criminele dingen. Op zijn veertiende werd hij voor het eerst veroordeeld, op zijn zestiende ging hij in detentie. Vanuit de jeugdreclassering bij  Intervence werd hij begeleid in het weer op de rit krijgen van zijn leven. Op dit moment is hij al anderhalf jaar niet meer in aanraking geweest met justitie.

Veel meegemaakt

Mitchell groeide op met zijn moeder, zusje en twee halfbroertjes. Zijn stiefvader had meer ook voor alcohol en kreeg daar losse handjes van. Hij reageerde dat af op het oudste kind van het gezin: Mitchell. Zijn moeder zocht toevlucht in de drugs. Kinderen werden uit huis geplaatst en gingen van pleeggezin naar pleeggezin. Kortom: Mitchell heeft veel mee gemaakt als kind, had geen goed voorbeeld en ging mede daardoor het verkeerde pad op.

Een crimineel rotjoch

‘’Ik had geen vertrouwen meer in andere mensen. Wat wil je met zo’n thuissituatie? Ik hing hele dagen op straat, met vrienden. We deden criminele dingen. Het begon met winkeldiefstal, het stelen van fietsen en scooters tot mishandeling en uiteindelijk poging tot doodslag. Ik werd gezien als een crimineel rotjoch. Kansen kreeg ik niet meer. Wie zou er nou naar mij luisteren, dacht ik.’’

Iemand die gewoon luistert

”Mijn gezinsmanager, Anika, van Intervence liet me uiteindelijk weer in mezelf geloven. We hebben veel gepraat, ze luisterde naar mijn verhaal en gaf me tips en adviezen over hoe ik het anders aan kon pakken. En ja, ze was streng! Zo mocht ik niet meer omgaan met mijn vrienden, moest ik werk zoeken en een opleiding volgen. En wat vond ik dat in het begin irritant. Maar ik had het wel het gevoel weer serieus genomen te worden en dat ze het beste met mij voor had. Op die manier liet ze me zien dat ik het wél kon. Dat ik andere keuzes kon maken. Uiteindelijk heb ik alle begeleiding vanuit de jeugdreclassering goed afgerond. Vervolgens heeft Anika mij geholpen om mijn zaken te regelen zonder begeleiding vanuit Intervence. Nu heb ik nog wel contact over hulp bij dagelijkse dingen, zoals bij het regelen van werk, maar dan via medewerkers van het wijkteam bij de gemeente. Dat vind ik echt heel fijn. In mijn eentje had ik niet geweten waar ik heen had gemoeten om praktische zaken te regelen. Ik merk dat ze me een goed leven gunt. Het heeft me goed gedaan dat er iemand is die in mij gelooft en achter me staat.”