Algemeen

Kan ik als professional zelf een cliënt aanmelden?

Nee, niet meer. De toeleiding naar Intervence verloopt uitsluitend via de lokale gemeentelijke structuur* of via een beslissing van de Kinderrechter. Als u vindt dat een jongere hulp of begeleiding nodig heeft, kunt u in eerste terecht bij de gemeente waar de de jongere woont

* met de gemeentelijke structuur bedoelen we bijvoorbeeld: het wijk/gebiedsteam van CJG of Porthos of een afgeleide hiervan.

Jeugdreclassering

Als een jongere van 12  tot en met 23 een strafbaar feit pleegt, voert een gezinsmanager in het kader van jeugdreclassering 6 tot 24 maanden begeleiding en controle uit. Voorbeelden van strafbare feiten zijn vernieling, regelmatig schoolverzuim of mishandeling. Het belangrijkste doel van jeugdreclassering is herhaling of terugval (recidive) te voorkomen en het bieden van een beter toekomstperspectief aan jongeren. De gezinsmanager van Intervence reguleert de achterliggende opvattingen die leiden tot delictgedrag van de jongere. Achter delictgedrag schuilt soms meer (gezins)problematiek dan de opvattingen en het gedrag van de jongere zelf.

Jeugdreclassering, en nu?

De begeleiding in het kader van jeugdreclassering helpt jongeren om ervoor te zorgen dat hij/zij niet meer de fout in gaat. De jongere krijgt hiervoor een vaste contactpersoon vanuit Intervence: een gezinsmanager. Als een gezin al door Intervence begeleid werd vóór de uitspraak tot jeugdreclassering werd gedaan, dan voert (meestal) de huidige gezinsmanager de maatregel uit. Intervence wil namelijk het liefst niet dat een gezin steeds moeten wisselen van contactpersoon. Als een jongere/gezin nieuw is bij Intervence dan krijgen zij op korte termijn een gezinsmanager toegewezen.

Plan van aanpak

Samen met de jongere en ouders maakt de gezinsmanager een gezinsrapportage met daarin een  plan van aanpak. Daarin staat hoe de situatie nu is en wat er moet veranderen. Daarna maken de jongere en de gezinsmanager afspraken over bijvoorbeeld school, vrije tijd, vrienden, huisregels en bijbaantjes. Daarnaast kan de gezinsmanager de jongere aanwijzingen geven. Hij/zij is verplicht die na te komen. Gebeurt dat niet, dan wordt dat gemeld bij justitie en heeft dat gevolgen. De jongere moet dan opnieuw voor de rechtbank verschijnen. Voorbeelden van aanwijzingen zijn:

  • Geen alcohol of drugs gebruiken.
  • Hulp accepteren die je krijgt van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

Periode van begeleiding

Hoe lang de begeleiding duurt, hangt af van het soort maatregel. Het kan gaan om (minimaal) 6 maanden, 1 jaar of maximaal 2 jaar en kan één keer (vrijwillig) worden verlengd met 6 maanden.

Maatregel Toezicht en Begeleiding

Dit is de meest voorkomende maatregel. Deze maatregel wordt opgelegd door de Kinderrechter of de Officier van Justitie en is verbonden aan een voorwaardelijke straf. De jongere is daarom verplicht de begeleiding te accepteren. Het heeft gevolgen wanneer hij/zij dat niet doet. Met de begeleiding pakt de gezinsmanager samen met de jongere en ouders de problemen in het dagelijks leven aan, zoals bijvoorbeeld problemen thuis, op school of in zijn/haar vrije tijd. Zo praat de jongere met de gezinsmanager over waarom je met politie en/of justitie in aanraking bent gekomen. Samen wordt besproken hoe dit in de toekomst te voorkomen.

Als de jongere nog moet voorkomen bij de Kinderrechter, kan de Raad voor de Kinderbescherming het aanbod doen om de jongere vrijwillig te laten begeleiden tot aan de zitting. Dit heet Toezicht & Begeleiding, het is een vorm van vrijwillige begeleiding. Het gebeurt regelmatig (tot aan de zitting) dat deze vorm van begeleiding later wordt omgezet in de Maatregel Toezicht en Begeleiding (na uitspraak van de kinderrechter).

Gezinsrapportage

Tijdens de begeleiding en tot aan het eind schrijft de gezinsmanager een gezinsrapportage. Daarin staat bijvoorbeeld hoe het met de jongere gaat, of hij/zij zich aan de afspraken houdt en of wel of niet opnieuw met politie en/of justitie in aanraking is gekomen.

Voogdij

Voogdij, wat betekent dit?

Als een kind jonger is dan 18 jaar, moet hij/zij iemand hebben die verantwoordelijk voor hem/haar is. Meestal zijn dit de ouders. Zij zorgen voor hun kind en voeden hem/haar op. Soms lukt dit niet goed en beslist de Kinderrechter dat iemand anders het van hen overneemt. Dat kan dan een gezinsmanager van Intervence zijn.

Er is een gezinsmanager voor het gezin, hoe nu verder?

De gezinsmanager komt regelmatig bij het kind op bezoek om met je te praten over dingen die voor hem/haar belangrijk zijn. De gezinsmanager zorgt ervoor dat hij/zij goed verzorgd en opgevoed wordt en dat alles goed geregeld is. Zo regelt de gezinsmanager dingen voor en met het kind, zoals inschrijven voor een school of opleiding, een ID-kaart, een ziektekostenverzekering, het openen van een bankrekening, enzovoort.

Plan voor de toekomst

Als het kind 12 jaar of ouder is, stelt de gezinsmanager samen met hem/haar, de ouders en/of verzorgers een plan voor de toekomst op. In dit plan komt precies te staan wat nodig is om het kind een goede opvoeding en verzorging te geven. Natuurlijk mag het kind zelf meepraten over dat plan en krijgt hij/zij een kopie als het klaar is. Ieder jaar bespreken we het plan en kijken of de doelen bereikt zijn. Vervolgens maken we weer gezamenlijk een nieuw plan.

Hoe lang heb je een gezinsmanager?

Als een kind 18 jaar wordt is het voor de wet volwassen en stopt de voogdij. Dit betekent dat het kind zelfstandig beslissingen mag nemen. Hij/zij heeft dan geen toestemming of handtekening van de gezinsmanager meer nodig.

Wanneer een kind jonger is dan 18 jaar dan kijkt de gezinsmanager samen met hem/haar wie uiteindelijk de voogdij weer kan overnemen van Intervence. Het is daarbij belangrijk dat dit voor het kind een vertrouwd persoon is. Dit kunnen bijvoorbeeld pleegouders zijn of een oma of tante. Als we deze persoon hebben gevonden, dan vragen wij de Kinderrechter om hierover een beslissing te nemen. Hij of zij wordt dan de voogd van het kind.

Uithuisplaatsing

Het liefst willen we dat ouders en kinderen bij elkaar blijven wonen. Dat lukt niet altijd. Bij grote zorgen is het soms beter dat een kind (tijdelijk) ergens anders woont. Bijvoorbeeld bij familie, bekenden of een pleeggezin. De gezinsmanager vraagt in zo’n situatie toestemming aan de Kinderrechter voor een uithuisplaatsing. Als de Kinderrechter hiertoe besluit, dan kunnen ouders en kind elkaar wel blijven zien, als het tenminste ook goed is voor het kind. Hierover maakt de gezinsmanager met het gezin afspraken.

Ondertoezichtstelling

Ondertoezichtstelling, wat nu?

Bij een ondertoezichtstelling wordt een gezin begeleid vanuit Intervence. Het gezin krijgt één vaste contactpersoon: een gezinsmanager. De gezinsmanager praat met het hele gezin. Samen bespreken we vooral wat er goed gaat, wat de zorgen zijn en wat er nodig is om de situatie blijvend te verbeteren. Tot slot wordt met het hele gezin één plan  gemaakt: de gezinsrapportage. Hierin staan ook doelen beschreven voor de hulpverlening. De gezinsmanager regelt dat het gezin de juiste hulp krijgt. Deze hulp wordt uitgevoerd door een andere organisatie dan Intervence. De gezinsmanager ziet er vervolgens op toe dat dit goed gebeurt.

Tussenfase: voorlopige ondertoezichtstelling (3 maanden)

Als het niet is gelukt met behulp van het wijk- of gebiedsteam om de situatie thuis voldoende te verbeteren, overleggen ouders, hulpverleners en een gezinsmanager van Intervence met elkaar om te kijken of er een raadsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming nodig is. Als besloten wordt dat een raadsonderzoek nodig is, dan wordt een gezinsmanager aan jullie gezin toegewezen. Tijdens het raadsonderzoek onderzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de ernst en aard van de (opvoed- en opgroei)situatie en brengt verslag uit aan de kinderrechter. Op grond van dit onderzoek besluit de rechter of de voorlopige ondertoezichtstelling (3 maanden) wordt omgezet in een reguliere ondertoezichtstelling (1 jaar) of niet. In deze periode werkt Intervence samen met de Raad voor de Kinderbescherming. De gezinsmanager van Intervence start in deze periode al met de begeleiding om de situatie snel te (laten) verbeteren.

Hoe lang duurt een ondertoezichtstelling?

De ondertoezichtstelling wordt meestal voor één jaar uitgesproken door de Kinderrechter. Is de situatie verbeterd en veilig genoeg, dan stuurt de gezinsmanager de gezinsrapportage met daarin het voornemen om de ondertoezichtstelling niet te verlengen naar de Raad voor de Kinderbescherming. Als de Raad voor de Kinderbescherming het hiermee eens is, stopt de ondertoezichtstelling.

Wat is een schriftelijke aanwijzing?

De gezinsmanager gaat zoveel mogelijk met het gezin in gesprek. Waar mogelijk worden belangrijke beslissingen samen genomen. Soms zijn er toch grote meningsverschillen. Een gezinsmanager kan dan jou of je ouders een opdracht geven iets te doen (bijvoorbeeld naar school gaan) of te juist niet te doen. Dat noemen we een schriftelijke aanwijzing. Je ouders kunnen tegen zo’n opdracht in beroep gaan bij de kinderrechter.

Rechten en plichten ouders/verzorgers

Tijdens de ondertoezichtstelling blijven ouders het gezag, verantwoordelijkheid en de zorgplicht ten opzichte van de kinderen houden. Ook als kinderen ergens anders wonen. De gezinsmanager houdt ondertussen in de gaten of de kinderen de zorg krijgen die zij nodig hebben. Belangrijke beslissingen over de kinderen nemen de ouders en de gezinsmanager zoveel mogelijk samen. De gezinsmanager van Intervence werkt nooit alleen. Belangrijke beslissingen worden samen door de gezinsmanager, teammanager en een gedragsdeskundige genomen.

Voor jongeren

Ouders met ‘gezag’, wat betekent dat precies?

Als een ouder gezag heeft wil dit zeggen dat hij of zij het recht en de plicht heeft om een kind (tot 18 jaar) te verzorgen en op te voeden. Dat betekent onder andere dat deze ouder belangrijke beslissingen neemt over waar er gewoond wordt of naar welke school zijn of haar kind gaat. Met ‘ouder’ bedoelen we ook een voogd.

Is er een cliëntenraad? Kan ik me aanmelden?

Bij Intervence vinden we het belangrijk dat jongeren en hun ouders/verzorgers die met ons te maken hebben, mee kunnen praten over de gang van zaken binnen onze organisatie. Jij weet tenslotte uit eigen ervaring hoe dingen beter zouden kunnen. Om die waardevolle ideeën te verzamelen heeft Intervence een cliëntenraad. Deze raad komt op voor de gezamenlijke belangen van de cliënten. Meer weten over de inspraak van cliënten bij Intervence? Of word gewoon  lid van de cliëntenraad!

Wat moet ik doen als ik iemand ken die mishandeld wordt?

Maak je je zorgen over iemand anders in jouw omgeving? Probeer er dan eerst over te praten met iemand die je vertrouwt. Bijvoorbeeld met je ouders, leraar of een familielid. Als je dit lastig vindt of niet wilt, kun je ook terecht bij Veilig Thuis Zeeland. Hier kun je je verhaal vertellen. Samen met jou wordt bekeken wat er nodig is om de mishandeling te stoppen.

De contactgegevens van Veilig Thuis Zeeland zijn als volgt:
Telefoon:  0800-2000
Email: info@veiligthuiszeeland.nl.

 

Wat moet ik doen als ik mishandeld word?

Als je mishandeld wordt (of denkt dat je mishandeld wordt), probeer er dan eerst over te praten met iemand die je vertrouwt. Bijvoorbeeld met je ouders, een leraar of een familielid. Als je dit lastig vindt of niet wilt, kun je ook terecht bij Veilig Thuis Zeeland. Hier kun je (anoniem) je verhaal vertellen. Samen met jou wordt bekeken wat er nodig is om de mishandeling te stoppen.

Het telefoonnummer van Veilig Thuis is 0800-2000.
Bezoekadres is: Westwal 37, 4461 CM in Goes
E-mail: info@veiligthuiszeeland.nl

Als ik onder toezicht gesteld ben, word ik dan meteen uithuisgeplaatst?

Het liefst willen we dat jij en je ouders bij elkaar kunnen blijven. Daarom probeert de gezinsmanager eerst met jou en je ouders te zorgen dat de situatie thuis verbetert. Daar wordt vaak extra hulp bij ingeschakeld.

Toch lukt dit niet altijd. Bij grote problemen is het soms beter dat je ergens anders gaat wonen. Bijvoorbeeld bij familie, bekenden, een pleeggezin of in een leefgroep. De gezinsmanager vraagt toestemming aan de kinderrechter voor een uithuisplaatsing.

Als je uithuisgeplaatst bent dan kun je je ouders wel blijven zien. Dat wil zeggen: alleen als dat ook goed is voor jou.

Wat doe ik als ik niet helemaal tevreden ben?

Onze medewerkers en de hulpverleners doen hun werk zo goed mogelijk. Ben je toch niet tevreden? Praat er dan over met je gezinsmanager. Ben je dan nog steeds niet tevreden? Praat dan met de teammanager.

Als dat ook niet goed gaat, kun je een klacht indienen. Je schrijft dan een brief of een e-mail naar de klachtencommissie van Intervence. Meer informatie daarover staat bij klachten. Als je klachten hebt en je komt daar niet goed uit, dan kun je hulp vragen bij het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg.

Welke hulp kan Intervence regelen?

Intervence begeleidt het hele gezin. Er komt dan een gezinsmanager van Intervence bij jullie thuis die jou en jouw ouders gaat helpen bij het oplossen van de vragen en/of problemen. Intervence biedt zelf geen hulpverlening, maar kan wel hulp bij andere instellingen regelen die speciaal op jou gericht is, zoals psychische hulp of vaardigheidstrainingen. Soms kan het een tijdelijke opname zijn in een groep van een instelling.

Kan ik zelf bepalen welke begeleiding ik krijg?

Niet helemaal. Als Intervence jou en je gezin begeleidt, gaat de gezinsmanager samen met jou (en je ouders) op zoek naar oplossingen. Afhankelijk van deze gesprekken proberen we samen een oplossing te vinden waar iedereen een goed gevoel bij heeft. De gezinsmanager luistert naar jou en je gezinsleden, maar er kan een andere oplossing zijn dan jij vooraf bedacht had.

Klachten en onvrede

Onze medewerkers doen hun werk zo goed mogelijk. Ben je toch niet tevreden? Praat er dan het liefst meteen over met je gezinsmanager bij Intervence. Heb je redenen om je klacht direct bij de klachtencommissie te melden? Dan kun je jouw klacht via de post of e-mail toesturen.

Wie kan er een klacht indienen?

Je kunt zelf een klacht indienen, maar ook je ouders, ouders zonder gezag, voogd, stiefouder of pleegouder. Een klacht moet je binnen een jaar indienen. Na een jaar wordt je klacht niet meer in behandeling genomen, tenzij je kunt bewijzen dat je de klacht hebt ingediend zo spoedig mogelijk als dat er van je kon worden verwacht. Anonieme klachten worden niet behandeld.

Bij wie dien je de klacht in?

Je klacht zet je in een brief. Die brief stuur je naar de secretaris van de klachtencommissie, Postbus 62, 4330 AB Middelburg. Je kunt je klacht ook mailen naar klachtencommissie@intervence.nl.

Hulp bij het indienen en toelichten van een klacht

Voor het schrijven van een klacht kun je hulp vragen van een onafhankelijk vertrouwenspersoon van het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ), telefonisch via 088 – 555 1000 of het e-mailadres info@akj.nl.  Deze persoon mag ook met je mee naar de bijeenkomst van de klachtencommissie. Je mag ook iemand anders meenemen, zoals een raadsman (bijvoorbeeld een advocaat) of iemand anders die je vertrouwt.

De bijeenkomst van de klachtencommissie

Je klacht komt terecht bij de klachtencommissie. Deze onafhankelijke commissie bestaat uit minimaal drie leden. De commissie houdt vervolgens een bijeenkomst waar je de klacht kunt toelichten. Degene over wie je klaagt, is daarbij wel aanwezig. Er wordt een verslag gemaakt van de hoorzitting. Dit verslag krijg je per post toegestuurd.

De uitspraak

Binnen zes weken nadat je de klacht hebt ingediend, krijg je een brief van de klachtencommissie. In die brief staat wat de klachtencommissie van jouw klacht vindt en legt zij ook uit waarom zij dat vindt. Ook adviseert de klachtencommissie of Intervence iets met jouw klacht moet doen of niet.

De beslissing

De commissie stuurt de uitspraak naar jou en naar de bestuurder van Intervence. De bestuurder beslist daarna binnen een maand wat zij met het advies van de klachtencommissie doet.

Oneens met de beslissing?

Als je het niet eens bent met de beslissing van de bestuurder, kun je de klacht doorsturen naar de Nationale Ombudsman (Postbus 93122, 2509 AC Den Haag, telefoonnummer 0800 – 3355555).

Vragen?

Als je vragen hebt, kun je bellen met de secretaris van de klachtencommissie, telefoon 0118 – 677600 of mailen naar klachtencommissie@intervence.nl

Voor ouders/verzorgers

De gezinsmanager houdt zich niet aan de gedragsregels, wat kan ik doen?

Wanneer je van mening bent dat één van onze gezinsmanagers zich niet aan de gedragsregels houdt, kun je een klacht indienen bij het College van Toezicht van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Dit is een onafhankelijk tuchtcollege dat beoordeelt in hoeverre de gezinsmanager juist heeft gehandeld. Hoe je een klacht kunt indienen lees je op de website www.skjeugd.nl.

Een klacht via het tuchtrecht staat overigens los van een klacht via de klachtenregeling van Intervence. Via de klachtenregeling spreek je Intervence aan, via het tuchtrecht spreek je de gezinsmanager aan.

 

Is er een cliëntenraad? Kan ik me aanmelden?

Bij Intervence vinden we het belangrijk dat ouders/verzorgers die met ons te maken hebben, mee kunnen praten over de gang van zaken binnen onze organisatie. Jij weet tenslotte uit eigen ervaring hoe dingen beter zouden kunnen. Om die waardevolle ideeën te verzamelen heeft Intervence een cliëntenraad. Deze raad komt op voor de gezamenlijke belangen van de cliënten. Meer weten over de inspraak van cliënten bij Intervence? Of lid worden van de cliëntenraad? Dat kan!

Waar kan ik terecht met vermoedens van kindermishandeling?

Veilig Thuis Zeeland is hét punt voor iedereen die zorgen/vragen of vermoedens heeft rondom kindermishandeling of huiselijk geweld. Veilig Thuis richt zich op alle leeftijden.

De contactgegevens van Veilig Thuis zijn als volgt:
Telefoonnummer: 0800-2000
E-mail: Info@veiligthuiszeeland.nl

Wat is de rol van de Raad voor de Kinderbescherming?

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt op verzoek van diverse organisaties* de noodzaak van een kinderbeschermende maatregel, die leidt tot gedwongen hulp en adviseert daarin de kinderrechter. Daarnaast adviseert de Raad over omgangsregelingen tussen kinderen en gescheiden ouders.

* Verschillende organisaties kunnen de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek tot onderzoek doen. Daarnaast zijn de gecertificeerde instellingen (ook: Intervence) en Veilig Thuis bevoegd om verzoek tot onderzoek te doen

Zie ik mijn kind nog als het onder voogdij staat?

Je kunt jouw kind blijven zien, als dit ook goed is voor het kind. Daarover worden afspraken gemaakt met de gezinsmanager.

 

Hoe lang duurt een ondertoezichtstelling?

Een ondertoezichtstelling wordt vaak uitgesproken voor één jaar. Als de situatie nog niet voldoende is verbeterd, dan dient de gezinsmanager een nieuw verzoek in bij de kinderrechter om de ondertoezichtstelling te verlengen. Daarover neemt de kinderrechter een besluit.

Als de gezinsmanager vindt dat de situatie inmiddels voldoende verbeterd is, dan wordt hierover een rapport gestuurd naar de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad kijkt of ze het eens is met het voornemen van Intervence om de ondertoezichtstelling niet te verlengen. Daarop komt een snelle reactie.

Wat kan ik bij een ondertoezichtstelling van een gezinsmanager verwachten?

De gezinsmanager maakt samen met jou en jouw kind(eren) een plan van aanpak. In dat plan komt te staan wat er moet gebeuren om de (thuis)situatie te verbeteren. Daarin staat wat er van jou en eventueel jouw kind wordt verwacht en welke extra hulp daarbij wordt ingeschakeld. Voor deze extra hulp zorgt de gezinsmanager.

De gezinsmanager heeft regelmatig contact met jou en anderen om na te gaan of het plan van aanpak werkt of dat het bijgesteld moet worden.

Waar kan ik terecht met klachten?

De medewerkers van Intervence doen hun werk zo zorgvuldig mogelijk. Toch kan het gebeuren dat je niet tevreden bent. Bespreek dit altijd eerst met je gezinsmanager bij Intervence. Als je er samen niet uitkomt, kun je een gesprek aanvragen met zijn of haar teammanager. Levert ook dat niet het gewenste resultaat, dan kun je schriftelijk een klacht indienen. Meer informatie lees je bij klachten.

Ondersteuning nodig?

Voor ondersteuning bij klachten kun je jezelf wenden tot een cliëntvertrouwenspersoon bij het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg

Wat zijn de kosten?

De werkzaamheden van Intervence zijn voor kosteloos. Je bent als ouder/verzorger wel verplicht te voorzien in het onderhoud van jouw kind(eren). Ten slotte is voor sommige vormen van intensieve hulp een ouderbijdrage verschuldigd, ook als jouw kind buiten het gezin verblijft.

Onderhoudsplicht
Dat betekent dat ouders/verzorgers de normale kosten voor verzorging (eten, kleren, hygiëne), verzekeringen (ziektekosten, WA), onderwijs, reizen, sport en dergelijke moeten betalen. Deze onderhoudsplicht blijft bestaan, ook als jouw kind buiten het gezin verblijft. U betaalt een bijdrage in de kosten van de jeugdzorg.

Voert Intervence de hulpverlening uit?

Intervence voert de hulp niet zelf uit.

We vinden het belangrijk dat een gezinsmanager goed begrijpt wat er thuis speelt en hoe jullie als gezin met elkaar samenleven. Met die informatie kan de gezinsmanager met jullie kiezen welke hulp het best past bij de problemen. We willen namelijk meteen de meest passende hulp inzetten. De gezinsmanager is niet degene die de hulp uitvoert, maar heeft de taak om hulpverlening in te schakelen. In overleg met  de gemeente wordt gekeken welke organisatie dit vervolgens kan bieden. Dit passende hulpaanbod wordt per situatie bekeken.

Krijg ik een vaste gezinsmanager bij Intervence?

In principe: ja.

Ieder gezin dat in begeleiding is bij Intervence krijgt in principe één contactpersoon: de gezinsmanager. Dit is uw vaste contactpersoon voor vragen.

 

werkwijze

Aanmelding bij Intervence

Aanmelding bij Intervence door de gemeente

Begeleiding door Intervence gebeurt pas als iemand anders, zoals bijvoorbeeld een huisarts, een leraar van school, een buurvrouw of een hulpverlener zorgen over veiligheid van kinderen binnen het gezin heeft en dit meldt bij een wijk- of gebiedsteam van een gemeente of Veilig Thuis. Soms bespreekt de melder die zorgen eerst met het gezin, maar zij kunnen ook direct hun zorgen melden bij één van deze organisaties. Maak je jezelf zorgen? Dan meld je dit ook bij het wijk- en gebiedsteam van de gemeenten of Veilig Thuis. Als een wijk- en gebiedsteam of Veilig Thuis de zorgen zo groot en ingewikkeld vindt, wordt een gezin pas aangemeld bij Intervence. We noemen aanmelding door de gemeente ook wel preventieve jeugdbescherming. Ons uitgangspunt blijft de veiligheid van kinderen, als je als gezin vrijwillig meewerkt om (weer) een veilige opvoed- en opgroeisituatie te realiseren door problemen op te lossen en dingen die goed gaan te versterken is een maatregel (jeugdbescherming- en of reclassering) niet nodig.

Aanmelding bij Intervence door de kinderrechter

Ook kan een kinderrechter bepalen of begeleiding van Intervence nodig is. Dat gebeurt als preventieve jeugdbescherming niet helpt en de gemeente, een jeugdhulpinstelling of Veilig Thuis dit meldt bij de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad onderzoekt of het nodig is dat ouders verplicht worden om hulp te accepteren. Als de Raad voor de Kinderbescherming na onderzoek vaststelt dat ouders weigeren mee te werken aan hulpverlening en er écht hulp voor het kind moet komen, vraagt de Raad de kinderrechter om een jeugdbeschermingsmaatregel op te leggen. Als een jeugdige in aanraking is gekomen met de politie in verband met een strafbaar feit,  bepaalt de kinderrechter welke jeugdreclasseringsmaatregel nodig is. Bij jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt een gezin altijd begeleid door een instelling die gecertificeerd is voor het uitvoeren van jeugdbescherming- en reclasseringsmaatregelen. Intervence is zo’n gecertificeerde instelling in Zeeland.

Zorgen dat het goed blijft gaan

Wanneer de doelen die we met elkaar hadden opgesteld behaald zijn, wordt het tijd om afscheid te nemen. Om ervoor te zorgen dat de veranderingen blijvend zijn, kijken we in deze laatste fase goed met elkaar naar risicosituaties of momenten die kunnen zorgen dat problemen terugkeren. Voor deze fase nemen we, net zoals bij de kennismakingsperiode, zes weken te tijd. Het gezin, de gezinsmanager en mensen uit de directe omgeving van het gezin maken met elkaar hele duidelijke afspraken over wie jullie helpt wanneer een moeilijk moment zich voordoet. Deze afspraken zetten we op papier en alle betrokkenen krijgen er een exemplaar van. We gebruiken deze laatste periode ook om meteen uit te proberen of de afspraken werken. Als dat namelijk niet zo is, moeten ze bijgesteld worden. De gezinsmanager blijft daarom nauw betrokken en heeft wekelijks contact met jullie gezin. Wel proberen jullie als gezin in deze fase zelf problemen op te lossen met behulp van de mensen in de omgeving. Wanneer dit blijkt te werken, neemt de gezinsmanager afscheid en is Intervence niet meer betrokken.

Ook kan het gebeuren dat het gezin en de gezinsmanager vinden dat er nog een tijdje een (lichtere) vorm van begeleiding door een hulpverlener nodig is. In dat geval wordt deze ingezet, worden de gemaakte afspraken overgedragen en kan de betrokkenheid van Intervence worden beëindigd.

We zijn er het liefst maar voor even

We begrijpen dat de meeste gezinnen het liefst niet langer dan nodig bij Intervence aangemeld willen blijven. Onze betrokkenheid is erop gericht om de sterke punten van jullie gezin en directe omgeving te versterken en de risico’s op onveiligheid weg te nemen, liefst blijvend. We vinden het belangrijk dat vanaf het begin duidelijk is voor alle gezinsleden en de directe omgeving wat er bereikt moet zijn om de betrokkenheid van Intervence te beëindigen. Het is mogelijk dat hierna nog een lichtere vorm van hulpverlening/ondersteuning voor jullie gezin beschikbaar blijft.

Het ondersteuningsplan van het wijk- en gebiedsteam geeft inzicht in huidige situatie

Sinds 2015 is de zorg voor jeugd ondergebracht bij de gemeente. In wijk- of gebiedsteams komen hulpverleners van verschillende instanties bij elkaar om situaties te bespreken van kinderen en/of gezinnen waar zorgen over gemeld zijn. Dit kan leiden tot inzet van begeleiding op vrijwillige basis, dus zonder een opdracht van de Kinderrechter.

Het kan zijn dat door hulpverleners bij het wijk- en gebiedsteam wordt besloten dat begeleiding van Intervence nodig is. De hulpverleners zorgen dat de meest belangrijke informatie dan wordt overgedragen aan de gezinsmanager van Intervence. Belangrijke informatie staat beschreven in een zogenaamd ondersteuningsplan en geeft inzicht in wat er al is gebeurd, wat wel en wat niet heeft gewerkt. De gezinsmanager maakt vervolgens een grondige analyse van die informatie uit het ondersteuningsplan. Met onze werkwijze proberen we verder tot de kern van de problematiek te komen, zodat we geen pleisters plakken, maar werken aan de oorzaken, het doorbreken van patronen en te focussen op wat wel goed gaat.

We zoeken naar hulp in de directe omgeving van het gezin (sociale netwerk)

We vinden het belangrijk dat jullie gezin kan terugvallen op de eigen familie, vrienden en kennissen, wanneer mogelijk. Mensen die jullie vertrouwen en dicht bij jullie staan. Ook de leerkracht of andere betrokkenen vanuit school zijn belangrijk. Deze mensen blijven tenslotte in het leven van het gezin, ook als de hulpverlening afgerond is. Met jullie toestemming kunnen mensen uit jullie directe omgeving, zoals hierboven, worden uitgenodigd bij de overleggen. We zorgen dat de ondersteuning die zij bieden ook onderdeel uitmaakt van de rapportage.

We zetten de juiste hulpverlening in

Wanneer de hulpverlening van start gaat, willen we dat dit meteen de meest passende soort is voor het gezin. Doen wat werkt, zogezegd. We hebben daarom in de kennismakingsfase al veel met elkaar gesproken over welke vorm het beste bij het probleem van het gezin past, waardoor het gezin aan het einde van het traject zelfstandig verder kan. De gezinsmanager stelt jullie gezin en de hulpverlener aan elkaar voor en houdt daarna regelmatig contact om te horen of het ook echt resultaat oplevert.

Het komt vaak voor dat bij een gezin meerdere hulpverleners betrokken zijn. Denk bijvoorbeeld aan een schoolmaatschappelijk werker, een kinderarts of een gespecialiseerde thuishulp. Het is belangrijk dat iedereen die betrokken is bij jullie gezin weet wat de anderen doen en de verschillende hulpsoorten goed op elkaar aansluiten. Daarom organiseert de gezinsmanager regelmatig een overleg. Hierin wordt met het gezin en de hulpverleners besproken hoe het gezin aan de doelen werkt, wat goed gaat en wat beter kan. De gezinsmanager neemt dus eigenlijk de leiding (wij noemen dat regievoeren) en zorgt dat alle betrokkenen op één lijn zitten.

We maken samen een gezinsrapportage

Het gezin en de gezinsmanager maken in deze eerste periode samen een plan: de gezinsrapportage. Hierin staat beschreven welke soort hulp jullie gezin het best kan ondersteunen en welke organisatie/instelling deze hulp kan bieden. Ook staat er in beschreven hoe de gezinssituatie eruit zal zien op het moment dat de hulpverlening niet meer nodig is. Een kijkje in de toekomst dus, daar werken jullie als gezin naartoe. De gezinsmanager gebruikt deze rapportage om de hulpverlening aan te vragen en ook om te voldoen aan de wettelijke plicht om binnen 6 weken een plan gereed te hebben.

Kennismaking

De eerste periode staat in het teken van elkaar leren kennen. We vinden het belangrijk dat een gezinsmanager goed begrijpt wat er thuis speelt en hoe jullie als gezin met elkaar samenleven. Met die informatie kan de gezinsmanager met jullie kiezen welke hulp het best past bij de problemen. We willen namelijk meteen de meest passende hulp inzetten. De gezinsmanager is niet degene die de hulp uitvoert, maar heeft de taak om hulpverlening in te schakelen.

Ook kan het zijn dat jullie het moeilijk vinden dat Intervence in het gezin komt. Daar hebben we alle begrip voor. Een gezinsmanager neemt dan de tijd om het daar over te hebben. Onze prioriteit ligt bij de veiligheid van kinderen. Nadat we samen hebben gekeken naar welke onveiligheid er is en hoe we hier afspraken in kunnen maken, nemen we de tijd om met elkaar kennis te maken. Voor deze kennismakingsperiode nemen we ongeveer zes weken. Een gezinsmanager komt wekelijks op bezoek bij jullie thuis om met alle gezinsleden te praten. Niet alleen de problemen worden besproken, vooral wat er wel goed gaat. Ook wordt besproken wat de verwachtingen zijn van alle gezinsleden. Als jullie in het verleden al eerder hulp hebben gehad, bekijkt de gezinsmanager wat van die hulp heeft gewerkt.

Soms zijn de problemen in de afgelopen tijd zo uit de hand gelopen, dat er meteen iets moet gebeuren. Samen met de gezinsmanager wordt dan besproken of er een korte periode een crisishulpverlener in het gezin komt om de rust terug te brengen. Ook gebeurt het dat een of meerdere kinderen uit een gezin tijdelijk ergens anders wonen, zoals bij familie of kennissen.

Hoe komt het eerste contact tot stand?

Intervence heeft van de gemeente of kinderrechter de taak gekregen om jullie gezin te begeleiden. We zijn wettelijk verplicht om die taak uit te voeren. Jullie casus wordt binnen Intervence toegewezen aan één van onze medewerkers: een gezinsmanager. De gezinsmanager is jullie vaste contactpersoon en is er voor het hele gezin. De gezinsmanager is degene die na de aanmelding (telefonisch) contact met het gezin opneemt. Vervolgens komt de gezinsmanager bij jullie thuis om kennis te maken en samen met jullie te bespreken wat er thuis speelt en wat er nodig is om de situatie te verbeteren.