Als een jongere van 12  tot en met 23 een strafbaar feit pleegt, voert een gezinsmanager in het kader van jeugdreclassering 6 tot 24 maanden begeleiding en controle uit. Voorbeelden van strafbare feiten zijn vernieling, regelmatig schoolverzuim of mishandeling. Het belangrijkste doel van jeugdreclassering is herhaling of terugval (recidive) te voorkomen en het bieden van een beter toekomstperspectief aan jongeren. De gezinsmanager van Intervence reguleert de achterliggende opvattingen die leiden tot delictgedrag van de jongere. Achter delictgedrag schuilt soms meer (gezins)problematiek dan de opvattingen en het gedrag van de jongere zelf.

Jeugdreclassering, en nu?

De begeleiding in het kader van jeugdreclassering helpt jongeren om ervoor te zorgen dat hij/zij niet meer de fout in gaat. De jongere krijgt hiervoor een vaste contactpersoon vanuit Intervence: een gezinsmanager. Als een gezin al door Intervence begeleid werd vóór de uitspraak tot jeugdreclassering werd gedaan, dan voert (meestal) de huidige gezinsmanager de maatregel uit. Intervence wil namelijk het liefst niet dat een gezin steeds moeten wisselen van contactpersoon. Als een jongere/gezin nieuw is bij Intervence dan krijgen zij op korte termijn een gezinsmanager toegewezen.

Plan van aanpak

Samen met de jongere en ouders maakt de gezinsmanager een gezinsrapportage met daarin een  plan van aanpak. Daarin staat hoe de situatie nu is en wat er moet veranderen. Daarna maken de jongere en de gezinsmanager afspraken over bijvoorbeeld school, vrije tijd, vrienden, huisregels en bijbaantjes. Daarnaast kan de gezinsmanager de jongere aanwijzingen geven. Hij/zij is verplicht die na te komen. Gebeurt dat niet, dan wordt dat gemeld bij justitie en heeft dat gevolgen. De jongere moet dan opnieuw voor de rechtbank verschijnen. Voorbeelden van aanwijzingen zijn:

  • Geen alcohol of drugs gebruiken.
  • Hulp accepteren die je krijgt van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

Periode van begeleiding

Hoe lang de begeleiding duurt, hangt af van het soort maatregel. Het kan gaan om (minimaal) 6 maanden, 1 jaar of maximaal 2 jaar en kan één keer (vrijwillig) worden verlengd met 6 maanden.

Maatregel Toezicht en Begeleiding

Dit is de meest voorkomende maatregel. Deze maatregel wordt opgelegd door de Kinderrechter of de Officier van Justitie en is verbonden aan een voorwaardelijke straf. De jongere is daarom verplicht de begeleiding te accepteren. Het heeft gevolgen wanneer hij/zij dat niet doet. Met de begeleiding pakt de gezinsmanager samen met de jongere en ouders de problemen in het dagelijks leven aan, zoals bijvoorbeeld problemen thuis, op school of in zijn/haar vrije tijd. Zo praat de jongere met de gezinsmanager over waarom je met politie en/of justitie in aanraking bent gekomen. Samen wordt besproken hoe dit in de toekomst te voorkomen.

Als de jongere nog moet voorkomen bij de Kinderrechter, kan de Raad voor de Kinderbescherming het aanbod doen om de jongere vrijwillig te laten begeleiden tot aan de zitting. Dit heet Toezicht & Begeleiding, het is een vorm van vrijwillige begeleiding. Het gebeurt regelmatig (tot aan de zitting) dat deze vorm van begeleiding later wordt omgezet in de Maatregel Toezicht en Begeleiding (na uitspraak van de kinderrechter).

Gezinsrapportage

Tijdens de begeleiding en tot aan het eind schrijft de gezinsmanager een gezinsrapportage. Daarin staat bijvoorbeeld hoe het met de jongere gaat, of hij/zij zich aan de afspraken houdt en of wel of niet opnieuw met politie en/of justitie in aanraking is gekomen.